Jeetje, we hebben het nu alweer veertien weken lang over schrijven, en dan vooral in de fictieve context – maar ook enkele dinen die buiten het schrijven van proza of buiten het schrijven sowieso vallen. Zo langzamerhand begin ik het idee te krijgen dat ik, op een aantal dingetjes na, de meeste mogelijkheden wel heb gebruikt en dat we nu misschien meer toe zijn aan columns over schrijven in plaats van tips en adviezen – ook wel eens een keertje leuk, toch? Vandaag, eigenlijk op proef, daarom de eerste van die opiniestukken, gemixt met een vleugje advies. Ik realiseerde mij namelijk laatst dat er eigenlijk twee vormen van schrijven zijn. Je hebt het schrijven en het schrijven. Klinkt natuurlijk heel logisch, non? Met schrijven kun je namelijk enerzijds het knutselen van proza en poëzie bedoelen, terwijl het anderzijds gaat om journalistiek schrijven: bloggen, recenseren, opiniëren, analyseren, overtuigen, leren… eigenlijk alles wat niet te maken heeft met gedichten of verhalen. En daarover, lieve vrienden, gaan we vandaag praten.

Journalistiek schrijven

Het is heel apart, maar ik heb van mezelf ontdekt dat ik eigenlijk drie verschillende schrijfstijlen heb, drie contexten waarin ik schrijf eigenlijk. Allereerst, wat ik het meeste doe: het journalistieke schrijven, in mijn geval vooral bloggen. Ik schrijf dan over onderwerpen die mij aanspreken, die een (grote) rol spelen in mijn leven, waar ik veel mee bezig ben of waar ik echt iets over te zeggen heb. Niet altijd eenvoudig om een onderwerp te vinden, maar als ik eenmaal op dreef ben, vliegen mijn vingers wel over het toetsenbord – zoals nu, haha. Ik merk dat ik me bij het bloggen vooral focus op het feit dat ik een publiek heb: ik schrijf niet voor mezelf. Jawel, ik blog voor mezelf omdat ik dat fijn vind, maar ik wil ook graag dat ik gelezen word. En niet om complimenten te krijgen, want ik vind het best oké als een blog zonder reacties blijft. Nee, ik wil gelezen worden omdat ik mezelf aan de wereld wil laten zien, ik wil dat mensen weten dat ik besta. Dáárom blog ik, en aan Analytics kan ik zien dat ik gelezen word dus dan boeit het me niet zoveel dat niet al die lezers kenbaar maken dat ze me lezen (volgen jullie het nog?). Maar ik richt me bij het bloggen wel direct naar dat publiek: ik maak mijn stukken niet te lang en niet te ingewikkeld, gebruik veel beeldmateriaal en hou mijn taalgebruik eenvoudig, terwijl ik bij het schrijven voor mezelf snel de neiging heb om chique woorden te gebruiken. E ik vraag me ook vaak af: wil ik wel dat mensen dit lezen, past dit wel echt bij mij? Maar uiteindelijk gaat het toch vooral om het met mijn schrijfsels laten zien wie ik ben aan de wereld en aan mensen die net als ik doen en denken.

Studerend schrijven

Na het journalistieke schrijven ben ik, heb ik gemerkt, het meeste bezig met het studerende schrijven. Dit vind ik ook ontzettend fijn om te doen, want op de middelbare school werd er nooit zoveel waarde aan gehecht maar nu ik constant bezig ben met Nederlands, wil ik in mijn schrijfstijl ook door laten schemeren wat ik kan en wat ik weet. Ik maak bijvoorbeeld steeds samenvattingen van de stof, maar we moeten ook veel opdrachten uitwerken voor dossiers en bij de tentamens komt er regelmatig een opdracht van een essay voorbij. Ik vind het heel fijn dat ik me hierbij gewoon uit kan leven: meestal is er geen lengtelimiet en mag ik precies laten zien wie ik ben, hoe ik graag schrijf en hoe ik de dingen interpreteer! Hierbij focus ik weer vooral op mijn kennis: de doelgroep is een Neerlandicus (of iets in die trant) en ik wil me vooral uiten, laten zien hoe leuk ik het vind en hoe serieus ik het neem, maar het is ook een stukje genieten voor mij om op de manier die ik fijn vind – schrijven – bezig te zijn met de dingen die ik leuk vind aan de studie!

Creatief schrijven

Ik sta er zelf verbaasd van dat deze pas op de derde plaats komt: ik heb het nu zo druk met mijn drie blogs waar ik ontzettend veel plezier van heb en alle geschrijf voor school dat mijn verhalen erbij inschieten. Maar het creatieve schrijven is zeker niet het minst leuke, alleen is het totaal niet te vergelijken met de andere soorten. Er is echter één heel groot voordeel van het creatieve schrijven dat zorgt dat ik ervan houd zoals een hond van een bot houdt: ik kan er compleet mezelf in zijn. Alles kan, alle onderwerpen, alle stijlen, alle manieren, alle ditjes en alle datjes, alles mag ik zelf bepalen en kiezen. Er zijn momenten dat ik nadenk over wat een lezerspubliek zou willen of vinden  moet af en toe ook wel als je de boel sterk en geloofwaardig wilt houden – maar het grootste deel van de tijd schrijf ik puur naar mijn eigen fantasie, mijn eigen wensen en alles op mijn eigen manieren, precies zoals ik het wil – en daarom is het zo heerlijk.

Wat en hoe ik het liefste schrijf qua soort, kan ik dus niet zeggen want ik geniet van alles evenveel. Wat echter wel belangrijk is, is dat je – als je net als ik op veel verschillende manieren in veel stijlen schrijft – je stijl kent. Weet wat wel en niet kan, weet ook voor welke doelgroep je schrijft en wat voor die doelgroep wel en niet kan. En blijf vooral dicht bij jezelf!

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

[instagram-feed]