Stop the presses: ik schrijf weer én ik sta in een feelgood-verhalenbundel!

Onder Schrijven op 15 juni 2020

Volgens mij was ik een jaar of acht toen ik begon met verhalen schrijven. Op de basisschool pende ik in de ‘’iets voor jezelf doen’’-tijd hele schriftjes vol, en ik zat al heel snel helemaal in een eigen wereld van verhalen over gestolen paarden, een prins die een reis maakt door een fantasiewereld, fanfictie over Disney en Saved by the Bell en Harry Potter, een verhaal dat een kruising was tussen The Princess Diaries en De Babysittersclub… om me vervolgens te verliezen in ‘’romans’’ die het resultaat waren van verslavingen aan series als Charmed en Gossip Girl. Maar inmiddels, bijna twintig jaar later, heb ik mijn stem wel steeds meer gevonden: in de romans, maar juist ook, verrassend genoeg, steeds meer in de korte verhalen.

Ik ben altijd al wel heel erg ambitieus geweest wat schrijven betreft: het gebeurde maar al te vaak dat ik razend enthousiast was over een idee (iets met een handboek voor heksen in mijn Charmed-fase), het vervolgens voor een kwart uitwerkte en dan mijn interesse weer verloor of het spoor bijster raakte. Zo ben ik ooit, naar aanleiding van een idee van een toenmalige vriendin, begonnen met een vet ambitieus plan voor een historische roman die zich afspeelt in een fictief koninkrijk. Hoewel ik het verhaal en de personages geweldig vond om mee te stoeien, kwam ik er al snel achter dat ik geen idee had hoe ik een fictieve geschiedschrijving moest aanpakken op zo’n manier dat het ook echt steek hield: dat verhaal heb ik dus uiteindelijk in de ijskast gelegd, en intussen werd ik verliefd op échte geschiedenis. Dat plantte een zaadje voor een cool verhaal over tijdreizen, maar hoe langer ik puzzelde, hoe meer ik naar The Tudors en Sofia Coppola’s Marie Antoinette en Reign keek, hoe meer ik erachter kwam dat ik eigenlijk gewoon dat hele heden er niet bij wilde hebben. ik wilde in de geschiedenis duiken, het verleden naar mijn hand zetten… en dus begon ik, zo rond het tweede jaar van mijn studie, op vakantie in de Italiaanse Dolomieten, met mijn meest ambitieuze schrijfproject tot dan toe: een historische roman over de hofdames van de zes Tudor-koninginnen van Henry VIII. Ik keek The Tudors, spitte boeken van historici door, verkende websites gewijd aan Anne Boleyn en haar tijdgenoten, bedacht welke gaten in de geschiedenisboeken ik wilde opvullen… en ik schreef en schreef en schreef en schreef. Ik werd er zielsgelukkig van, vond het geweldig, en voor ik het wist had ik 27 hoofdstukken, ruim 300 bladzijden en meer dan tweehonderdduizend woorden geschreven, en ik was er zo ongelofelijk trots op. Dat ben ik nog steeds.

Maar het grappige met mijn schrijven is: het verandert en groeit naarmate ik dat ook doe. Mijn historische roman bleef bij me tijdens mijn studie, maar na een tijdje lukte het niet meer zo goed om eraan te werken: het studeren slokte tijd en energie op die ik normaliter besteedde aan onderzoeken en schrijven… en ik merkte dat ik andere dingen wilde schrijven. Mijn verhalen waren tot dan toe bedoeld geweest om me min of meer te helpen ontsnappen, me in werelden en levens te helpen duiken waar ik in kon verdwalen. Maar toen ik ging studeren en daar opeens een heel nieuwe Vivian vond, een Vivian die ineens niets liever bleek te willen dan docent worden… toen werden het echte leven en mijn echte werkelijkheid opeens veel aantrekkelijker om over te schrijven, omdat ik zelf ook veel meer in het leven kwam te staan.

En dus legde ik mijn historische roman ook in de ijskast, met de plechtige belofte dat ik ernaar zou terugkeren als de tijd rijp was – en dat wil ik nog steeds, want juist nu ik mezelf als schrijver steeds beter leer kennen, realiseer ik me hoe breed mijn schrijfambities eigenlijk echt zijn. Vanaf toen, nu zo’n vijf of zes jaar geleden, ben ik andere verhalen gaan schrijven, over het hier en nu, over wat me in de echte wereld na aan het hart lag. Dat begon met een roman over jongeren in een hospice die ik in zeven maanden tijd schreef en waarvoor ik nu de herschrijfronde aan het voorbereiden ben, en het ging verder met een opzet voor een roman over het leven vieren in plaats van een vooropgesteld plan volgen. En vanaf dat moment begonnen ook mijn ideeën te stromen voor andere verhalen die ik wilde vertellen, verhalen die het waard zijn om verteld te worden, verhalen die de wereld nodig heeft, verhalen die je hart kunnen breken en het vervolgens weer kunnen lijmen. Verhalen die heel dicht bij me staan, omdat er een stukje van mij in zit, maar die ik ook wil schrijven om mijn ei kwijt te kunnen over de wereld, verhalen die me misschien zelfs wel helpen om die wereld en het leven beter te begrijpen – aangezien ik zelf ook nog maar sinds de laatste jaren wat meer uit mijn bubbel aan het komen ben wat betreft de wereld verkennen en het leven ontdekken.

Toch heb ik een best ingewikkelde relatie met het schrijven: na het afronden van de hospiceroman ben ik meteen verder gegaan met het uitwerken van dat nieuwe idee, maar dat is nog steeds niet écht van de grond gekomen: deels omdat het een uitdaging is waarin ik soms vastloop, deels omdat mijn hoofd er gewoon niet zo naar staat. En eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg: ik heb namelijk juist door mijn studietijd ontdekt hoe fijn ik ook het andere schrijven vind, van blogs en artikelen en poëzie en al die dingen die in de laatste jaren echt een plek in mijn wereld hebben gekregen. En juist doordat ik nu meer in het echte leven sta, is de behoefte om fictie te schrijven soms gewoon even naar de achtergrond verdwenen… want de non-fictie van mijn eigen leven is soms gewoon veel beter.

Schrijven betekent voor mij zoveel meer dan die roman waar ik een ellenlang schrijfplan voor heb liggen: het gaat ook over de blogs waar ik onwijs veel energie uit haal en de poëzie die sinds een paar jaar een heel nieuw deel van mijn leven is geworden. Daarom heb ik ook nog nooit echt de behoefte gehad om uitgegeven te worden, ‘’want dan ben je een échte schrijver en moeten er meer boeken komen’’ en dat idee vond ik maar eng en niet passen in wat ik allemaal wilde doen. Het is een passie die ik heel graag een plekje in mijn leven geef, maar dan wel op een laag pitje, juist ook omdat ik het een fantastisch soort ontdekkingsreis vind wanneer dat schrijven van fictie weer in mijn bloed begint te borrelen: ik kan enorm genieten van een idee dat naar boven komt en waar ik vervolgens ’s nachts een proloog bij verzin als ik niet kan slapen, en ik fantaseer er met alle liefde lustig op los over boekpresentaties en uitgeefcontracten en series. Maar tegelijkertijd vind ik het eng om te bedenken dat een verhaal dat hoe dan ook veel voor mij betekent, misschien wel heel anders moet om in het fonds en het plaatje van een uitgever te passen, en tegelijkertijd vind ik het vooral heel erg fijn om me te kunnen laten trekken door wat ik het liefste wil schrijven, zonder deadlines of herschrijfcriteria of wat dan ook. Wat overheerst, is een heel sterk gevoel dat het schrijven van mij is – en soms betekent dat dat ik zomaar opeens, na maanden niets te hebben gedaan, twee scènes uit mijn mouw schud voor die roman waar ik halfbakken aan begonnen ben of ineens op een avond het eerste deel van een nieuwe novelle uit mijn toetsenbord laat stromen. Het is magisch.

En zo ben ik ook weer een beetje in het korte verhalen schrijven gerold: op een gegeven moment werd ik onrustig omdat ik voor mijn gevoel te weinig fictie schreef en besloot ik om – ook al vond ik korte verhalen altijd onhandig omdat ik altijd langer van stof wil zijn – mijn losse ideeën gewoon eens in korte verhalen te proberen te vangen. En ik kwam erachter dat als je het idee van schrijfplannen en outlines en tijdlijnen en ‘’roman’’ loslaat, je zomaar opeens een afgeronde novelle van vijfentwintigduizend woorden op je laptop kunt hebben staan – zoals mij nu inmiddels twee keer is overkomen. En jeetje, dat is fijn: voor je het weet, heb je gewoon iets afgemaakt waar je met een andere mindset misschien wel jaren over had gedaan. Voor je het weet ben je constant bezig met hoe je idee X of ingeving Y kunt gebruiken voor een kort verhaal, en voor je het weet heb je aan vier bladzijden in een notitieboekje genoeg om een idee te veranderen in een knaller van een verhaal – of dat nou kort of lang is. Verhip, dacht ik op een gegeven moment, ik schrijf weer!

En, alsof het lot ermee speelde – wat misschien ook wel zo was, want daar geloof ik best in – precies toen dat een beetje begon te broeien en bloeien, vroeg schrijfcoach en freelance redacteur Lianne mij of ik het leuk vond om een kort verhaal te schrijven voor een zomerse feelgood-verhalenbundel die in eigen beheer zou worden uitgegeven. Thema: zomer. Lengte: 3000 woorden. Verder was ik helemaal vrij, en al heel snel veranderde ik mijn paniekerige ‘’maar ik schrijf maar zo weinig korte verhalen’’ in ‘’dit is dé kans om meer te oefenen met die korte verhalen waar je er meer van wilt schrijven!’’ en niet veel later lag er een idee op tafel. Een idee over twee jongeren die allebei zo vaak van land naar land zijn verhuisd dat ze zich amper meer Nederlands voelen – precies zoals de kinderen over wie ik mijn scriptie schrijf. Een idee waarvan ik onmiddellijk wist dat het perfect was, niet alleen omdat ik het als extra stukje scriptie kon gebruiken, als manier om deze kinderen wat meer aandacht te geven, als manier om mijn ei er nog wat extra in kwijt te kunnen, maar ook omdat het precies het soort verhaal is dat ik wil vertellen: romantisch, grappig, luchtig, maar ook bitterzoet: het beroert op alle juiste manieren je hartsnaren.

En dus… na een heel proces achter de schermen van uitdenken, uitwerken, overleggen, brainstormen, nalezen en perfectioneren is het nu zover! Ik sta samen met veertien andere nog relatief onbekende auteurs in Zomerdromen, een feelgoodbundel die je voor maar een paar euro als ebook kunt kopen via Kobo, Tolino (te downloaden als je een Tolino-ereader hebt), Apple en Bol.com! Ik vond het ontzettend leuk om eraan mee te werken, niet alleen vanwege mijn verhaal maar ook omdat het echt een heel mooi geheel van allerlei soorten verhalen is geworden waar we met z’n allen oprecht trots op zijn: van festivals tot roadtrips en van vliegvelden tot bed & breakfasts. Voor mij is het ook een mooie extra bezegeling van – heel dramatisch – mijn nieuwe korte verhalen-tijdperk.

Ik vind schrijven heerlijk, en ik vind het heerlijk dat ik de laatste tijd heb ontdekt dat ‘’schrijven’’ veel breder is dan alleen romans of alleen blogs. Ik weet dat er een hele wereld, een heel koninkrijk aan ideeën en inspiratie voor verhalen en romans voor me klaar ligt als die hartsnaren van mij me daarnaartoe trekken, maar ik weet ook dat ‘’schrijven’’ net zo goed gaat over dat achtergrondartikel over privilege en die blogpost over High School Musical: The Musical: The Series die ik nog op stapel heb liggen. Maar als er één ding is dat ik heb geleerd van dit Zomerdromen-project, dan is het wel dat fictie ook nog altijd in mijn bloed zit en dat ik daar stiekem altijd wel een beetje naartoe word getrokken. En niet zo gek ook, want schrijven is de taal van mijn hartsnaren.

Ga jij Zomerdromen lezen?

Reacties




CommentLuv badge