Over mijn zus en de rol van vlinders in mijn leven

Onder Personal life op 30 september 2015

SONY DSC

Vandaag is het Broers- en Zussendag: op heel Facebook kom ik foto’s tegen van mensen die laten zien dat ze trots zijn op hun siblings (of ouderdelers, zoals mijn vader tegenwoordig zegt). Toen ik aan het begin van dit jaar in de blogplanning zag dat deze dag bij de ‘’Dagen van 2015’’ hoorde, hakte ik een knoop door: ik wilde graag een stukje schrijven over iets heel persoonlijks, iets wat mij heel kwetsbaar maar ook heel erg mij maakt. Het is iets waar ik nog nooit eerder over heb geschreven op mijn blog en sowieso zijn er maar heel weinig mensen die ervan weten, maar toen ik laatst mocht spreken op het college geneeskunde, besefte ik dat het juist iets is waar meer mensen van zouden moeten weten. Ik heb namelijk nog een zusje gehad en – in zekere zin – verloren.

Komt dat als een schok? Waarschijnlijk wel. Ik heb het door de jaren heen alleen verteld aan de mensen met wie ik echt close was, omdat ik erachter kwam dat die mensen ermee omgingen op een manier die ik prettig vond: vaak word je toch anders behandeld als je zoiets hebt meegemaakt, maar voor mij lag het heel ingewikkeld en daardoor wilde ik eigenlijk dat de mensen die het wisten, het op dezelfde manier zouden zien als ik het zie: als een deel van mij en mijn geschiedenis, maar het is niet kenmerkend voor mij, het is niet het belangrijkste aspect van mijn leven en mijn identiteit en het is ook niet bepalend voor de indruk die ik achterlaat op anderen. Ik wilde nooit ‘het meisje met het overleden zusje’ zijn, want dat zou niet kloppen met mijn eigen gevoelens en ervaringen.

Dit is namelijk hoe het zit. Voordat ik geboren werd, toen mijn zus nog maar twee was, kregen mijn ouders een meisje, Irene, dat net als ik ziek was. Sterker nog, toen ik werd geboren bleek dat we dezelfde ziekte hadden gehad. Maar net als bij mij stonden ze bij Irene voor een groot raadsel: ze kenden het niet, wisten niet wat er aan de hand was, konden maar heel weinig voor haar doen. Ze is maar een heel korte periode thuis geweest, verder verbleef ze vooral in het ziekenhuis omdat ze zo ziek was. Net als ik verdroeg ze geen voeding en was er gewoon heel veel mis in haar lichaam, waardoor ze uiteindelijk een aantal maanden voor haar tweede verjaardag is overleden, in 1991. De verdere details houd ik liever persoonlijk, maar drie jaar later werd ik geboren. Met dezelfde ziekte. En hoe raar het misschien ook klinkt, hoe cru… ik denk dat het toch een beetje dankzij haar is dat ze mij wel hebben kunnen helpen. Want dankzij haar was het niet nieuw, wisten ze al het een en ander en konden ze dingen proberen.

Ik heb mijn zusje nooit gekend, weet alleen hoe ze eruitzag van foto’s. Geen idee hoe ze nu zou zijn, waarschijnlijk met het rode haar van mijn moeder en de gelaatstrekken van mijn vader – ze had in ieder geval de grote bruine ogen van mijn beppe – maar ik ben opgegroeid met verhalen over haar, met de wetenschap dat ze er is geweest. Ik weet dat ze heel ziek was en dat dat allesbehalve makkelijk was voor mijn ouders en mijn zus, ik weet details over haar korte leven en de tijd daarna, maar – en dat is de reden dat ik het een aantal jaar heel moeilijk heb gevonden om haar graf te bezoeken – ik wee verder niet wat voor persoontje ze was of zou zijn geworden. Ik heb periodes gehad waarin ik me voorstelde hoe het zou zijn geweest als ze was blijven leven en ik twee zussen had gehad in plaats van eentje, ik heb periodes gehad waarin ik heel erg nadacht over het feit dat ik er misschien niet zou zijn geweest als zij was blijven leven. En nu, de laatste jaren, beschouw ik haar als een deel van mij en een deel van mijn leven. Ik heb haar een soort plek gegeven, ik vind het nu minder moeilijk om naar de begraafplaats te gaan, ik ben haar een soort van dankbaar omdat ze eraan heeft bijgedragen dat ik ben wie ik ben, al kan ik dat niet precies uitleggen. Ze is gewoon een deel van mij.

Door haar is mijn fascinatie voor vlinders ontstaan: mijn moeder heeft zolang ik me kan herinneren een kettinkje om haar nek met een gouden vlindertje eraan, omdat er ook een vlinder op Irenes grafsteen staat met een gedichtje erbij. Ik heb het min of meer overgenomen: de vlinder is symbool gaan staan voor Irene en soms gebeurt het zelfs dat ik het met mijn moeder over haar heb en dat we er dan eentje zien. Ze staan ook symbool voor de andere mensen die in mijn leven zijn overleden, omdat ik het een heel fijn idee vind dat de ziel van een overledene een zorgeloos en min of meer onsterfelijk leven krijgt als vrije vlinder. En ten slotte is de vlinder voor mij ook het leven zelf gaan belichamen, het genieten en vrij zijn en gelukkig zijn, de levenslust en het plukken van de dag. De vlinder is een soort herinnering aan alles en iedereen uit het verleden, alles wat me sterker heeft gemaakt, en ook een motivatie om toch vooral alles uit mijn leven te halen omdat ik er bén en die mogelijkheid héb. Omdat ik zelf ook een soort vlinder ben: ik kan niet alles en mijn toekomst is niet altijd even zeker, maar ik leef wel en ik lééf ook echt.

En het verhaal van Irene is ook een van de redenen dat ik zo hecht ben met mijn grote zus Laura. Zij is, door alle geschiedenis voor mij en alles wat we hebben meegemaakt met mijn ziekte, eigenlijk gewoon een tweede moeder geworden. We schelen zeven jaar en vroeger is dat wel eens een wereld van verschil geweest, maar ze is altijd heel erg belangrijk voor mij geweest en dat wordt alleen maar meer naarmate ik ouder word en we meer op dezelfde golflengte komen qua waarden en levensfase. Ze is degene die me verslaafd maakte aan talloze series en boeken, degene met wie ik kan praten als onze ouders stom tegen elkaar doen, ze was de eerste die ik vertelde dat ik een vriendje had, ze weet me vaak precies het juiste advies te geven, ze kan net zo prettig gestoord zijn als ik, we kunnen samen lachen en praten en huilen en het gewoon knotsgezellig hebben als we gaan winkelen of high tea’en of gewoon bij elkaar over de vloer komen. ze kent me door en door, ze is qua karakter vaak net wat nuchterder waardoor ik ook weer belangrijke dingen kan leren en ze is gewoon mijn beste vriendin. Vanwege alles.

EN ZE GAAT TROUWEN! Volgens mij heb ik dat al vaker gezegd in een artikel, maar in dit stuk mag het natuurlijk niet ontbreken. Ze gaat trouwen met Jouke, de liefste en leukste en gewoon beste partij die er voor haar bestaat en hij is ook gewoon een soort van-broer en in dit geval een bijna-soort van-broer. Ik kan ook met hem gewoon heel goed praten en lachen en gezellig doen en nou ja, hij is gewoon tof. En het is een heerlijk nuchter stel: niks grote bruiloft of gedoe met stelletjesetiquette, ze zijn gewoon dol op elkaar en ze passen perfect bij elkaar. EN IK BEN GETUIGE OP DE BRUILOFT. Voor Laura. Dat wilde ik er ook nog even bij zeggen.

Als mensen me vragen hoeveel broers en zussen ik heb, zeg ik gewoon dat ik één zus heb, om de simpele reden dat ik niet iedereen het verhaal van mijn overleden zusje wil vertellen, zeker niet als ik ze niet goed ken. Ik heb technisch gesproken natuurlijk twee zussen, maar Irene is nooit deel van mijn leven gewest, alleen in spirituele zin. Ze is mijn zusje, maar ze is er niet, zo zit het eigenlijk. En soms zijn er momenten dat ik dat heel erg moeilijk vind, momenten dat ik zou willen dat ik haar echt had gekend. Er zijn ook momenten, zoals meestal, dat ik het goed vind zo, dat het goed voelt zoals het is, dat ik er gewoon vrede mee heb. Ze is deel van mijn leven en deel van mij, en dat koester ik. Daarom wilde ik  dit ook zo graag delen, niet om medelijden te wekken of mijzelf te profileren als iemand die een broer of zus heeft verloren, maar simpelweg omdat het bij mij en mijn leven hoort. Omdat ik trots ben op haar en omdat ik denk dat ze ook zeker trots is op mij. Want ik noem haar dan wel mijn zusje, maar in feite is ze ook mijn grote zus. Ze is mijn zus.

Hebben jullie ook persoonlijke verhalen die je niet of juist wel op je blog deelt?Ove

Gerelateerde berichten:

Reacties




CommentLuv badge