Over leesclubs, vrij lezen en leesbeleving

Onder Onderwijsvisie op 5 april 2016

Fictieonderwijs

Fictie is een onderdeel van het vak Nederlands dat ik altijd heel lastig heb gevonden, al vanaf het moment dat ik op mijn eerste stage ontdekte dat mijn eigen enthousiasme voor het lezen me een beetje blind maakte voor de aversie van mijn leerlingen. Mijn idee om elke les te eindigen met een leeskring sneuvelde na een paar keer jammerlijk en toen ik Literatour gebruikte als thema voor een les over het invullen van formulieren, was het wel duidelijk dat het idee van schrijversbezoeken de leerlingen absoluut niet blij maakte. Het is natuurlijk ook vaak tricky: je kunt leerlingen leesplezier niet opdringen en evenmin kun je ze laten inzien hoe waardevol het kan zijn als het gewoon niets voor ze is. Toch ben ik een paar weken geleden aan de slag gegaan met fictie met mijn tweedeklassers, en… het gaat geweldig! Mijn angst voor fictie is bij deze overwonnen.

Lezers in de les

Achterin ‘’mijn’’ lokaal staat een tafel met daarop een stapel Boektoppers, Lijsters of wat het dan ook zijn: paperbacks in schooluitgave van titels als Turks fruit en Tirza. Vast mooie boeken, maar je maakt mij niet wijs dat leerlingen vrijwillig zo’n boek zullen oppakken. En dus ligt er sinds kort een stapel boeken naast die ik aan de school heb gedoneerd: young adults en romans waar ik zelf op uitgekeken ben. Al sinds mijn allereerste keer in dat lokaal wilde ik graag iets met die boeken doen, iets met fictie. Want tja, ook al is het eng omdat mijn eigen boekenwurm-zijn snel de overhand krijgt, ik wil leerlingen wel graag aan het lezen krijgen, dat is gewoon één van mijn missies als (aspirant-)docent Nederlands. En dus besloot ik het gewoon te doen.

Ik nam een stapel van mijn eigen favoriete young adults mee – Als ik blijf van Gayle Forman, Niet te filmen van Sophie Kinsella, Oorlogswinter van Jan Terlouw, Eleanor & Park van Rainbow Rowell, Het Nachtcircus van Erin Morgenstern en Inwijding van Veronica Roth – en plaatste ze prominent op de rand van het schoolbord. En daar begon het al. ‘Mevrouw? Er is toch ook nog een tweede deel van Als ik blijf?’ Ik weet niet wat ik had verwacht, maar dat niet. Echt niet –dus mijn enthousiasme werd al flink aangewakkerd. En het kon helemaal niet meer stuk toen ik even later heel voorzichtig en nerveus vroeg wie van de leerlingen graag las in zijn of haar vrije tijd. Er gingen maar liefst vier vingers omhoog. Van de zes leerlingen. VIER VAN DE ZES. VIER LEZERS IN DE LES.

Fictieonderwijs 2

Klassikale leesclub

Nou, en vanaf dat moment ging het alleen nog maar beter. In die eerste les ontstond al een discussie over waarom lezen leuk dan wel stom was (de leuk-aanhangers wonnen, yay!) en daarna kweekte ik gewoon echt enthousiasme bij de niet-lezers door ze een boek te geven en ze daar gedurende een klein poosje in te laten lezen. En toen, heel spontaan eigenlijk, stelde ik voor dat we één van de boeken klassikaal zouden gaan lezen, samen, met elkaar, als leesclub. En ze waren enthousiast. Dus zijn we Inwijding gaan lezen, en daar zijn we nu mee bezig. Elke week gebruik ik een half tot een heel lesuur voor het bespreken van de gelezen hoofdstukken. We begonnen de oriëntatieles met een grote brainstorm over het omslag, de flaptekst en de titel en na het lezen van het eerste hoofdstuk konden ze zichzelf gewoon al vol overtuiging in facties indelen. Jongens. Dit is toch ontzettend gaaf?

Echt, ik vind het geweldig. Natuurlijk is het soms lastig: de leestempo’s bijvoorbeeld zijn erg verschillend en sommige dingen blijken een beetje te ingewikkeld voor sommigen, maar daar zetten we ons wel overheen. Alleen al de opluchting op hun gezichten toen ik zei dat we dit boek niet voor een verslag gingen lezen, maar gewoon omwille van het lezen was onbetaalbaar. Ik vind het echt heel waardevol dat ik ze gewoon zie lezen, dat ze in de les komen en dat ze de hoofdstukken echt gelezen hebben en daarover kunnen praten met elkaar. ik vind het super om te zien dat ze echt in het boek verdiept zijn en al helemaal om iets te horen als ‘Mevrouw, ik geloof dat ik dankzij dit boek het lezen wat leuker vind!’ En ik geniet er gewoon echt van, want dit is precies het soort fictieonderwijs waarvan ik hoop dat het de leesbeleving en het leesplezier bevordert.

Met fictie aan de slag gaan blijft natuurlijk een beetje lastig, want je weet nooit of het in de smaak zal vallen. Ik heb het geluk gehad dat ik een klas heb waar lezen geen taboe is en waarin ik ook echt de kans heb om ze daar nog wat verder in te helpen. En het helpt mij ook: ik vertrouw er weer op dat ik hier echt iets in kan bereiken en mijn angst voor het aan de slag gaan met fictie is weg. Bovendien: dit zijn lessen waar ik enorm van kan genieten, dit is lesgeven zoals ik het voor me zag, dit is onderwijs waar ik gelukkig van word. Dit is waarom ik docent wil worden.

Vond jij lezen leuk op school?

Reacties




CommentLuv badge