Masterclass columnschrijven met Japke Bouma: wat ik leerde

Onder Bloggen op 29 maart 2016

Masterclass columns

Sinds afgelopen zomer schrijf ik tweewekelijks blogs annex columns voor de website van Profielen, het magazine van de Hogeschool Rotterdam: voornamelijk over het studeren met een functiebeperking, maar ook steeds meer over andere onderwerpen binnen het onderwijs en mijn eigen wereldje. Het schrijven van die stukjes heeft me al heel veel geleerd over het schrijven als kunst en als vak, maar het is ook wel weer heel anders dan het schrijven voor mijn blogs zoals ik vooral doe. Toen ons een masterclass/workshop columnschrijven werd aangeboden gegeven door niemand minder dan NRC-columnist Japke Bouma, had ik daar meteen heel veel zin in. Misschien zou ze wel een heel strenge, superkritische en hardvochtige zuurpruimvrouw zijn – het type dat ik me voorstel bij een professioneel columnist, eerlijk gezegd – maar ik zou er ook vast heel veel van kunnen leren. Was Japke een zuurpruim? Welnee. Heb ik iets geleerd? Jazeker!

Beroemdheden onder elkaar

Het was de eerste keer dat ik zoiets zou doen met mijn collega’s van Profielen en het is wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar: we waren met een groepje van acht en het was heel grappig dat we een soort beroemdheden onder elkaar waren. Hé, daar heb je T. van haar datingcolumns! Ah leuk, C. met haar prikkelende stukjes over ADHD is er ook en B. die zich profileert als de werkloze student en dat heel grappig doet is ook van de partij, net als Q. met zijn altijd herkenbare blogs – en laten we ook de andere B. niet vergeten, de schrijver van columns over taal en de actualiteit. O, en dan was ik natuurlijk V. met haar altijd ellenlange betogen die wél steeds heel inspirerend zijn dankzij haar challenged position. En toen kwam Japke er dus nog bij, die door mij – en de anderen misschien ook wel – ook een beetje als een soort beroemdheid werd beschouwd maar ook heel gewoon en gezellig bleek te zijn. We hebben enorm veel gelachen met z’n allen en ook echt goed met elkaar kunnen praten, dus dat was al echt heel leuk!

Wat maakt een goede column?

Er was de hele tijd een heel leuke informele sfeer, ook in de opbouw van de workshop: we hadden van tevoren al vragen aangeleverd over het columnschrijven en die beantwoordde Japke heel uitgebreid en vergezeld van haar tips en ervaringen. Ze legde bijvoorbeeld enorm veel uit over hoe een column tot stand komt en wat nou precies een goede column is of zou moeten zijn. De persoonlijke noot is volgens haar in ieder geval enorm belangrijk: er moet een persoonlijk geluid in zitten, een insteek waardoor je herkend wordt, maar ook iets wat je je lezers kunt meegeven – bijvoorbeeld iets van hoop of sarcasme.

Het proces voorafgaand aan het daadwerkelijke schrijven, zo vertelde ze, is vaak lastiger én waardevoller dan het schrijven zelf. ‘I don’t like to write, I like to have written’, citeerde ze Dorothy Parker: het schrijven zelf is een enorme strijd, maar het eindresultaat is een heerlijk iets. Overigens protesteerden we daar bijna allemaal tegen: wij zijn blijkbaar van het type schrijver dat enorm geniet van het schrijven zelf, haha. Ze applaudisseerde bijna voor het feit dat het bij ons veel makkelijker gaat dan bij haar. Maar dat oriëntatieproces hè, daar hamerde ze wel heel erg op. Ze begint zo vroeg met schrijven dat ze eigenlijk geen deadline heeft en brainstormt dan heel uitgebreid: wat speelt er, wat prikkelt de maatschappij op zo’n manier dat jij er ook nog iets over te zeggen hebt? ‘Je moet de lat daarin wel hoog leggen’, aldus Japke, want het moet echt iets toevoegen. Juist dan is het interessant.

Spelletjes en typetjes

Wat voor Japke erg belangrijk is in die oriëntatiefase, is om het echt speels aan te pakken. ‘Je moet iemand hebben om mee te praten en te filosoferen over je idee, je concept’, zei ze. Maar die proefpersoon, om het zo maar te noemen, moet ook wel weer passen bij de doelgroep van je tekst: je moet als het ware een soort typetje uitdenken en voor dat typetje schrijven, want dan heb je zo’n beetje iedereen die tot de doelgroep hoort wel meegenomen. Daarnaast is het echt een kwestie van spelen: met zelfspot en grapjes waarmee je jezelf belachelijk kunt maken, maar ook met uitersten en tegenstellingen en associaties, alles wat je maar nodig hebt om het lekker te kunnen overdrijven.

De elementen van een column

‘Je eerste ingeving is altijd de beste manier om een column te beginnen’, gaf Japke ons mee tijdens het praten over hoe lastig het is om na dat brainstormen – en het doen van duizend andere dingen – daadwerkelijk te beginnen. Daarnaast zijn er tal van andere dingen waaruit je kunt putten bij het schrijven: ergernissen bijvoorbeeld, dingen waartegen je je kunt afzetten of waar je publiek zich graag tegen afzet. Volgens Japke komt er bij het schrijven van elke column een punt waarop je vingers ineens over het toetsenbord vliegen en je op drift komt, er iets achter die cursor verschijnt wat je niet had verwacht. ‘Het helpt om een grote inspiratiebron te hebben, zoals Seinfeld voor mij,’ zegt Japke, ‘maar je kunt ook uit heel veel andere dingen inspiratie halen.’

Scoren en mindset

Belangrijk is wel om te zorgen dat alles persoonlijk en echt blijft: je moet iets niet schrijven omdat je wilt scoren want dat doorziet iedereen. Het werkt veel beter om jezelf als inspiratiebron te nemen. ‘Dat kun je doen door een soort karikatuur van jezelf te maken, door een positieve dan wel negatieve kant van jezelf uit te vergroten en je daar een soort van achter te verschuilen, want dan durf je over het algemeen veel meer te schrijven.’ je kunt natuurlijk ook heel veel uit je dagelijks leven halen, maar weet dan wel: niet alles wat je meemaakt is interessant, maar de manier waarop je het beschrijft kan dat wél zijn – zolang er maar een laag van eerlijkheid in zit. Die eerlijkheid kun je ook heel goed gebruiken als metafoor, want sowieso werken metaforen en vormen van overdrijving heel goed. ‘Je mindset kennen werkt ook heel goed: als je weet hoe je schrijft, wat je kracht is, waar je door geïnspireerd raakt en waar je vandaan komt, wat je allemaal in je mars hebt en wat je achter je hebt liggen… daar kun je heel veel uit halen.’

Lengte, vrijheid, feedback

Maar zo’n column… hoe lang moet die dan zijn (drie keer raden van wie die vraag kwam)? Het verrassende antwoord van Japke luidde dat je je zeker aan een lengtelimiet moet houden, maar vooral omdat je het in een format moet kunnen gieten: op een gegeven moment kom je tijdens het schrijven in een soort stuw, een flow, en dan moet je ergens naartoe kunnen werken om te zorgen dat je op een sterk punt eindigt – anders wordt het een verhaal dat maar door- en doorgaat zonder dat er nog een stijgende lijn in zit. Daarnaast is het natuurlijk goed om rekening te houden met je publiek, maar alleen als daar echt reden toe is. ‘Lezers van een krantencolumn bijvoorbeeld kunnen echt wel wat hebben, voor hen maakt lengte niet heel veel uit… maar als je voor jongeren schrijft moet je daar veel bewuster mee bezig zijn. 500 woorden is dan een goede streeflijn.’

Vrijheid was ook een heel interessant punt. Japke: ‘Hoe machtiger de persoon is over wie je schrijft, hoe meer je je kunt permitteren: zij bevinden zich in een zelfgekozen machtspositie en zijn dus min of meer onschendbaar omdat ze op kritiek kunnen rekenen.’ Het is anders als je over ‘’gewone’’ mensen schrijft zoals je buurvrouw of iemand bij je op school: je kunt de identiteit van die persoon natuurlijk ongewis laten, maar je moet er sowieso voor zorgen dat je hem of haar beschermt en dat je het bij de feiten houdt. Laster (onwaarheden vertellen) is in beide gevallen in ieder geval uit den boze.

Feedback is volgens Japke het meest waardevol als je het krijgt van mensen die er verstand van hebben. Zoals je veel kunt hebben aan iemand om mee te filosoferen over je onderwerp, zo kun je ook heel veel met wat collega’s of andere semi-experts vinden van je tekst. ‘Zij kunnen de gaten opsporen die jij vervolgens kunt dichten, ze kunnen je helpen anticiperen op mogelijke kritiek en je laten nadenken over weerwoorden op die kritiek. Heb je eenmaal alle gaten gedicht, dan hoef je je van de kritiek in kwestie niets meer aan te trekken, want dan heb jij gedaan wat je kon én moest doen.’

Tips en aanwijzingen

Na die uitgebreide vragenronde besprak Japke van elk van ons een column die ze vooraf had gelezen en becommentarieerd. Ook daar kwamen nog fijne aanwijzingen uit naar voren, die vooral benadrukten wat ze al eerder had gezegd. ‘Maak een karikatuur van jezelf om je identiteit als schrijver sterker neer te zetten en om je lezers goed te kunnen aanspreken. Het duurt lang om dat te ontwikkelen, maar het levert wel heel veel op.’ Verder had ze tips over het goed op stoom blijven en doorrammen als je dat stoommoment hebt bereikt in je stuk, het afsluiten met een goede uitsmijter, kies een scherp standpunt en overdrijf dat zoveel mogelijk  zodat je echt een vlammend betoog kunt schrijven, bedenk je eigen metaforen en woorddefinities, gebruik herkenbaar taalgebruik, zorg dat je een prikkelende insteek kiest, schets een beeld en besteed aandacht aan details, wees lekker belachelijk, overdrijf, zorg dat je zeker bent van je eigen standpunt en schrijf iets waardoor lezers kunnen nadenken óf dóórdenken. En vooral: SLA OVER DE KOP, GA LEKKER LOS!  Met overdrijving, met uitersten, met tegenstellingen, met details, met zelfspot, met alles.

Wat heb ik vooral geleerd?

Het feit dat ik zeven bladzijden vol heb gepend in mijn aantekenboekje bewijst wel dat ik het enorm naar mijn zin heb gehad en er heel veel interessante dingen uit heb gehaald. Toch waren er dingen bij die ik ofwel al gebruik ofwel niet echt bij mijn stijl passen, en dat is natuurlijk prima. Wel heb ik er dingen uit meegenomen waar ik, zoals Japke zou zeggen, lekker wil gaan stoeien om te kijken of het mijn schrijven kan verbeteren. Namelijk:

  • Mijzelf karikaturiseren: Ik dacht aanvankelijk dat ik me niet echt lekker zou voelen bij zo’n typetje omdat het snel te overdreven zou aanvoelen, maar misschien kan ik juist die challenged position waar Japke het bij mij over had wel goed gebruiken door die zo uit te vergroten dat ik mezelf echt portretteer als een soort inspirator óf juist als iemand die ondanks die positie ook maar heel gewoon is. Eigenlijk doe ik dat ook al wel, maar wie weet wat ik er nog meer mee zou kunnen doen!
  • Een schrijfmaatje vinden: Niet iemand om samen mee te schrijven, maar juist iemand om mee te filosoferen over onderwerpen en die de gaten in mijn stukken kan dichten. Ik denk dat dit echt heel erg waardevol zou zijn, moet alleen nog iemand vinden…
  • Scherpere standpunten innemen: Dit is wel iets waar ik echt heel veel aan heb gehad. Mijn eindredacteur bij Profielen zelf zei het ook al, maar nu ik het van Japke heb gehoord – gekruid met veel geestdrift – zie ik in hoe waardevol het is als ik echt een duidelijk standpunt inneem en dat alle hoeken van de kamer laat zien, terwijl ik tegelijkertijd het uiterste van het ándere standpunt bekijk. Voor mijn blog zal dit wat minder bruikbaar zijn omdat ik daar juist de enerzijds/anderzijds-insteek wil kunnen uitleven, maar voor mijn opdrachtgevers is het vast heel waardevol om te gebruiken.
  • Een vaste lengte aanhouden: Gaat vast nog erg lastig zijn, maar ik wil het wel gaan proberen nu ik weet dat het mijn schrijven alleen maar ten goede zal komen als ik me echt aan een format houd om op een hoogtepunt te kunnen eindigen. Misschien moet ik eens gaan experimenteren met het éérst schrijven van het eindstuk. Ideeën zat! 500 woorden, hier kom ik.

Nou, dit verslag telt inmiddels 2000 woorden dus het is vast maar goed dat ik met dat laatste punt aan de slag ga. Ik vond het in ieder geval enorm leuk en inspirerend om de masterclass bij te wonen! Misschien hebben jullie ook nog wat aan de bovenstaande handvatten, want de meeste punten zijn prima toepasbaar voor elke vorm van journalistiekachtig schrijven denk ik. Dankjewel, Japke!

Wat zou jij nog willen leren over het schrijven van columns/blogs?

Reacties




CommentLuv badge