5 dingen die ik heb geleerd over lesgeven

Onder Onderwijsvisie op 12 januari 2016

Geleerd van lesgeven

Bron beeld: Pixabay

Iets minder dan een jaar geleden schreef ik een artikel dat ik zelf heel leuk vond, namelijk een lijstje van 10 dingen die ik tot dan toe had geleerd over het leraarschap. Dat kwam vooral voort uit mijn ervaringen als beginnende stagiair-docent en het is grappig hoe die dingen eigenlijk stuk voor stuk nog steeds kloppen. Maar inmiddels ben ik alweer een tijdje bezig en heb ik ook veel dingen geleerd over het lesgeven zelf, over mijzelf als docent en mijn stage. Vandaag een lijstje!

  1. Een docent in een rolstoel is helemaal niet zo raar

Ik weet nog dat ik het in het begin heel spannend vond om met rolstoel en al les te gaan geven: wat voor reacties zou dat opleveren? Zouden ze me wel serieus nemen? Is het niet een te grote afleiding? Inmiddels weet ik als docent op een school voor langdurig zieke kinderen – niemand zit in een rolstoel, maar ze zijn allemaal ziek – dat de rolstoel op een gegeven moment echt niet meer belangrijk is. De eerste lessen kijken ze een beetje raar, maar daarna vergeet ik zelfs dat die rolstoel er is. Het komt ook doordat ik niet eens zo heel veel hulp nodig heb tijdens de lessen: het meeste kan ik gewoon zelf doen. Raar? Nee, helemaal niet.

  1. De perfecte les bestaat niet

Een hele belangrijke. Dit is zoiets waar je echt min of meer overheen moet stappen: je wilt namelijk niets liever dan dat lessen helemaal perfect gaan, volkomen volgens plan, want dan ben je een goede docent. Maar dat gebeurt nooit: je weet namelijk gewoon nooit hoe leerlingen reageren, wat ze zullen doen, wat er gebeurt. Je kunt te maken krijgen met te weinig tijd of juist te veel, een leerling kan een slechte dag hebben waardoor de les verstoord wordt, ze kunnen op een bepaalde manier reageren op de stof… alles kan. Er zullen altijd dingen zijn die je liever anders had gezien en dat betekent niet dat de les slecht was: uiteindelijk gaat het erom dat je ze iets hebt kunnen bijbrengen. Dat dingen anders gaan dan je had gewild, houdt het bovendien interessant!

  1. Leerlingen leren meer dan je denkt

Het is zo ontzettend fijn als ik merk dat leerlingen echt hun best doen, het is ontzettend fijn als ik merk dat ze het snappen en het opgepikt hebben en het is nog het allerfijnste als ze opdrachten uitvoeren zoals ik graag wil en als het resultaat er duidelijk mag zijn. Maar sowieso leren leerlingen altijd meer dan je denkt: soms gaat het helemaal niet om grammatica of leesvaardigheid, maar om iets heel anders dat ze over zichzelf of anderen hebben geleerd, iets wat ze net zo goed meenemen als dingen die te maken hebben met de leerstof. En ook dáár moet je oog voor hebben.

  1. Geduld en reflectievermogen zijn onmisbaar

Echt hoor, mijn geduld heeft een flinke boost gekregen sinds ik ben gaan lesgeven. Soms heb je dat namelijk echt heel hard nodig om te zorgen dat die ene leerling het tóch gaat snappen of om je simpelweg niet te laten kennen door die ‘’lastige’’ leerling (dat staat tussen aanhalingstekens omdat ik vind dat lastige leerlingen eigenlijk niet bestaan). O ja, en dat geduld is niet alleen puur geduld: soms is het ook leren wanneer je geduld op mag zijn en dat het heel goed is voor leerlingen om hen daar ook op te wijzen. Ik heb nog niet meegemaakt dat een leerling doorging met klieren nadat ik liet merken dat het klaar moest zijn, dus… score! Maar minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker is reflectievermogen: lesgeven is gewoon moeilijk en dat mag het ook zijn, want juist daardoor leer je waar je echte sterke punten en je verbetermogelijkheden liggen. Juist door dat reflecteren lukt het om de moed erin te houden, om te kijken wat je de volgende keer beter kunt doen bij die ene klas of die ene leerling. En als het dan inderdaad beter gaat… nog een keer score!

  1. Lesgeven is iets wat je moet kunnen

Ik heb lang gedacht dat lesgeven gewoon iets is wat je echt wel kunt leren, als je het maar graag genoeg wilt en je best doet. Maar ik ben er inmiddels achter dat je echt wel de juiste persoonlijkheid moet hebben om te kunnen lesgeven. Nu wil ik niet per se beweren dat ik die persoonlijkheid volledig heb, maar ik weet wel dat sommige docenten – en dat is ongetwijfeld ook een kwestie van ervaring – gewoon iets hebben waardoor leerlingen willen luisteren, waardoor ze echt aan het werk willen en echt hun best doen om iets te leren. Als je dat voor elkaar kunt krijgen – en ik geloof dat ik dat kan – dan ben je echt een goede docent.

Wat ik zelf vooral heb geleerd sinds ik les ben gaan geven? Heel veel: dat een echte passie, een echte roeping en een echte droom soms op een heel onwaarschijnlijke plek verborgen liggen maar dat je er altijd komt. Dat het eng is, dat het niet makkelijk is en dat onzekerheid absoluut normaal is. Dat je erin moet groeien en jezelf de kans moet geven tot bloei te komen, maar ook dat het iets is waarmee je echt een verschil kunt maken. Dat het goed beheersen van de (vak)didactische theorie je een heel eind helpt en dat je ontzettend veel over jezelf leert door het gewoon te doen. Dat er talloze manieren zijn om naar het lesgeven en het onderwijs te kijken en dat er geen goede of minder goede manier is, en dat het onbetaalbaar is als je iets, ook al is het maar klein, bereikt met een leerling van wie het welzijn je echt aan het hart gaat. En vooral: dat het is wat ik de rest van mijn leven wil doen, maakt niet uit op welke manier.

Wat heb jij vooral geleerd door je werk of opleiding?

Reacties

  • Iedere docent heeft zijn goede en slechte kanten. Door reflectie kun je schaven, maar laat je vooral voor niet gek maken. Teveel twijfelen is nooit goed, sommige zaken komen vanzelf.

    Ik begin ook meer en meer het belang van de school in te zien en de rol van het team om je heen. Pas op mijn derde school zit ik op mijn plek.




CommentLuv badge